Biologische bloembollen zijn bollen die geteeld zijn zonder chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest, en die een Skal-certificering dragen (NL-BIO-01). Je plant ze in de herfst, tussen begin oktober en eind december, en in het voorjaar geven ze kleur als de tuin nog kaal is. In deze gids vind je wat bio precies betekent, hoe je echte biologische bollen herkent, welke soorten er zijn en hoe je ze plant en verzorgt. Voor de losse onderwerpen verwijzen we steeds door naar een verdiepende blog.
- Biologisch betekent: geteeld zonder synthetische bestrijdingsmiddelen, met Skal-keurmerk (NL-BIO-01).
- Onze bollen komen van twee Nederlandse telers: PuurBio (Huiberts) en Tulipsgreen.
- Planten doe je in de herfst, oktober tot eind december, voor de eerste vorst.
- Verwilderaars zoals narcis, krokus en muscari komen jaar na jaar terug. De meeste grote tulpen niet.
- Eerlijk: het bio-aanbod is kleiner dan het gangbare, en bio-bollen zijn soms wat kleiner.
Wat zijn biologische bloembollen?
Biologische bloembollen worden geteeld zonder chemische bestrijdingsmiddelen en zonder kunstmest. De teler werkt met een gezonde bodem in plaats van met gif, en is daarvoor gecertificeerd door Skal, de Nederlandse controle-instantie voor biologische teelt. Op een echt biologische bol vind je het keurmerk met de code NL-BIO-01. Onze bollen komen van twee biologische telers in Nederland: PuurBio (Huiberts, uit Sint Maartensvlotsbrug) en Tulipsgreen. Beide zijn Skal-gecertificeerd.
Eerlijk is eerlijk: het biologische assortiment is een stuk kleiner dan het gangbare. Niet elke soort of kleur is biologisch te krijgen, en een bio-bol is soms wat kleiner dan een bol uit de gangbare teelt. Daar staat veel tegenover: geen gif in je tuin, een bodem die leeft, en bollen die je zelfs kunt eten. Het volledige verschil tussen bio en gangbaar lees je in biologische vs. gangbare bloembollen.
Waarom kiezen voor biologische bollen?
Een gangbare bol is vaak behandeld met bestrijdingsmiddelen, ook middelen die schadelijk zijn voor bijen en bodemleven. Juist bij vroege voorjaarsbloeiers is dat zonde, want krokus en muscari zijn vaak het eerste voedsel van het jaar voor bijen en hommels. Een biologische bol geeft je datzelfde vroege kleur, zonder dat je gif de grond in brengt. En omdat er niets op zit, kun je biologische bollen zelfs eten, daarover verderop meer.
Waaraan herken je echte biologische bloembollen?
Let op het Skal-keurmerk en de code NL-BIO-01, en vraag bij de verkoper na van welke teler de bollen komen. Een betrouwbare partij kan dat gewoon vertellen. Laat je niet verleiden door bollen in de bouwmarkt of supermarkt: die zijn vrijwel nooit biologisch, ook al staan er soms vage groene termen op de verpakking. Biologisch is een beschermd begrip, dus zonder Skal-certificering is het niet biologisch. Alle koopcriteria op een rij vind je in biologische bloembollen kopen: hierop let je.
Welke soorten biologische bloembollen zijn er?
Grofweg zijn er twee groepen: verwilderaars (ook wel stinzenbollen) en bollen die niet verwilderen. Verwilderaars plant je een keer, waarna ze zich onder de grond vermeerderen en jaar na jaar terugkomen. Voor een grote tuin zijn dat de fijnste bollen die er zijn.
- Verwilderaars: narcis, krokus, blauwe druifjes (muscari), sneeuwklokje, zomerklokje en sneeuwroem.
- Niet-verwilderaars: de meeste grote tulpen. Die komen het eerste jaar mooi op, maar vallen daarna vaak tegen.
- Uitzondering: botanische tulpen. Dat zijn de kleinere, wat wildere tulpen, en die verwilderen wel.
Wanneer plant je biologische bloembollen?
Voorjaarsbollen plant je in de herfst, tussen begin oktober en eind december, het liefst voor de eerste vorst. De verwilderaars zoals narcis, krokus en muscari mogen als eerste de grond in. Tulpen wacht je het best mee tot halverwege oktober, omdat ze dan minder kans op tulpenvuur hebben. Wil je het volledige overzicht per soort en per maand, lees dan wanneer je bloembollen plant, per soort en per maand.

Hoe plant je bollen op de juiste diepte?
Voor de plantdiepte is er een makkelijke vuistregel: zet de bol twee tot drie keer zo diep als de bol hoog is. Een bol van vijf centimeter zet je dus tien tot vijftien centimeter diep. Belangrijk is dat het puntje naar boven wijst en de onderkant naar beneden. Een Hori Hori (een stevig tuinmes met een dieptemaat) is hiervoor het handigste gereedschap: je steekt 'm in de grond, laat de bol erin zakken en knijpt het gat weer dicht. Zorg verder voor goed doorlatende grond. Bollen die langdurig in natte, koude grond staan, gaan rotten. Op zware klei help je ze met wat zand in het plantgat.
Kun je bollen laten verwilderen in gras of border?
Ja, en dat is juist het mooie van verwilderaars. Plant ze in losse groepjes of slingers in plaats van keurig op een rij, dan oogt het natuurlijker. In het gras of een boomspiegel komen ze jaar na jaar terug, mits je het blad na de bloei laat staan. Houd er wel rekening mee dat je op die plek een tijd niet kunt maaien: het blad moet eerst helemaal afsterven, zodat de bol energie kan opslaan voor volgend jaar. Maai dus om de groepjes heen tot het blad weg is. Welke soorten zich het beste lenen voor verwilderen, lees je in stinzenbollen en verwilderingsbollen.
Hoe plant je bloembollen in een pot?
In een pot werk je in lagen, een methode die de bollenlasagne heet: de laatbloeiers (tulpen) onderin, de narcissen in het midden en de kleine vroege bolletjes zoals blauwe druifjes bovenin. Zo bloeit er van het vroege voorjaar tot in mei steeds iets. Gebruik een mengsel van ongeveer de helft potgrond en de helft zand, en een pot met ruime gaten. De volledige uitleg lees je in bloembollen in pot planten: de bollenlasagne.
Welke bloembollen zijn bijvriendelijk?
De beste keuzes voor bijen zijn vroege, enkelbloemige soorten: krokus, blauwe druifjes (muscari), sneeuwroem en allium. Ze bloeien als er nog weinig anders te vinden is, en bij een open, enkele bloem komen bijen makkelijk bij het stuifmeel. Gevulde, dubbelbloemige bollen zijn juist minder geschikt. Welke je het beste kiest, lees je in bijvriendelijke bloembollen: welke kies je.
Hoe verzorg je bollen na de bloei?
Laat na de bloei het blad staan tot het vanzelf is afgestorven. Dat blad slaat energie op in de bol, zodat die volgend jaar weer kan bloeien. Knip alleen de uitgebloeide bloem eraf als je dat netter vindt. Wil je bollen verplaatsen of uit elkaar halen, doe dat op hetzelfde moment als planten, dus tussen oktober en eind november, niet in het voorjaar. In het najaar is het ook een goed moment om een laagje compost aan te brengen, zodat de bollen weer voldoende voeding hebben. Grote tulpen komen meestal niet even mooi terug. Veel mensen oogsten die daarom met bol en al, of vervangen ze.
Kun je biologische bloembollen eten?
Ja, dat kan, maar eet alleen biologische bollen, want op gangbare bollen zitten bestrijdingsmiddelen. Je hebt de verse, witte bollen nodig die je in het voorjaar opgraaft. Die smaken verrassend zoet. Tulpenbollen worden gezien als de lekkerste. Het is echt een uniek product: dezelfde biologische telers waar wij onze bollen inkopen, leveren ook aan toprestaurants als De Librije. Wil je het een keer proberen, neem dan een paar verse bollen in het voorjaar en proef voorzichtig.

Veelgestelde vragen
Bollen die geteeld zijn zonder chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest, met een Skal-certificering (NL-BIO-01).
Aan het Skal-keurmerk met de code NL-BIO-01, en aan een verkoper die kan vertellen van welke teler ze komen. Bollen uit de bouwmarkt of supermarkt zijn vrijwel nooit biologisch.
Tussen begin oktober en eind december, voor de eerste vorst. Tulpen plant je vanaf halverwege oktober.
Verwilderaars zoals narcis, krokus en muscari wel, als je het blad laat staan. De meeste grote tulpen komen niet even mooi terug.
Ja, mits ze biologisch zijn. Je gebruikt de verse witte bollen uit het voorjaar. Tulpenbollen worden als de lekkerste gezien.






