Uien teel je het makkelijkst uit plantuitjes. Je zet ze in het najaar (of voorjaar) in de grond, met het puntje nog net boven de aarde, 10 tot 15 cm uit elkaar. Daarna doet de natuur bijna al het werk, en oogst je in juli of augustus mooie grote bollen.
Uien poten is een van de dankbaarste klussen in de moestuin: weinig werk, weinig risico en een oogst die maanden meegaat in de keuken. In deze gids lees je alles: waarom je voor plantuitjes kiest, wanneer en hoe je ze poot, hoe je ze verzorgt, en hoe je uien oogst, droogt, bewaart en zelfs vlecht.
- Poten in het najaar (of voorjaar): 10 tot 15 cm in de rij, 20 tot 25 cm tussen de rijen.
- In de winter iets dieper zetten, met alleen het puntje boven de grond, tegen de vorst.
- Goed afwaterend bed en niet te veel stikstof, anders veel loof en weinig bol.
- Oogsten in juli–augustus als tweederde van het loof geel is; uien zijn altijd eetbaar.
- Stop met water geven vlak voor de oogst, dan bewaren ze veel beter.
Bekijk de complete gids
In deze video nemen we je mee van poten tot oogsten, drogen en een makkelijke vlechttip. Handig om er even rustig bij te gaan zitten.
Waarom plantuitjes en geen uienzaad?
Je kunt uien uit zaad kweken, maar dat is een tweejarige teelt: in het eerste jaar zaai je en kweek je kleine plantuitjes op, die je moet bewaren, en pas het jaar erna groeien ze uit tot een grote ui. Uien staan bovendien vrij lang in de tuin en nemen dus ruimte in. Wij kiezen daarom voor plantuitjes: ze zijn helemaal niet duur, je zet ze gewoon in het najaar of voorjaar in de grond, en de natuur doet vrijwel de rest. Af en toe water, in het voorjaar wat extra kalium, en je oogst heel makkelijk mooie grote uien.
Najaar of voorjaar poten?
Wij planten plantuitjes het liefst in het najaar, net als de knoflook. Dan kunnen ze vast lekker wortelen en hebben ze in het voorjaar een goede start. Er bestaan ook voorjaarsplantuitjes, die je in het voorjaar poot. Het grote verschil zit in de plantdiepte, dat leggen we hieronder uit. Bekijk voor de najaarsteelt ook onze gids over knoflook poten, want die twee gaan mooi samen de grond in.
Het bed voorbereiden
Voor uien is een goed afwaterend bed belangrijk. Staan de uitjes het hele winterseizoen in een regenbadje, dan gaan ze rotten. Wij werken met verhoogde bedden, waar het water snel wegzakt. Zorg verder voor luchtige grond met voldoende voeding, maar overdrijf niet.
Let op, te veel stikstof: bij te veel stikstof maken de uien vooral veel loof en weinig bol. Een dun laagje compost over het bed is genoeg; meer maakt je uien niet groter.
Zo poot je plantuitjes, stap voor stap
Maak het bed vlak en teken rijtjes uit. Houd 10 tot 15 cm afstand in de rij en 20 tot 25 cm tussen de rijen. Dan de diepte, en dat is het belangrijkste verschil tussen de seizoenen. In het najaar zet je de uitjes iets dieper: je drukt ze zo in de grond dat nog ongeveer een derde, tot het puntje, boven de aarde uitsteekt. Waar je knoflook echt onder de grond begraaft, druk je uien er gewoon in. In het voorjaar plant je ze wat ondieper, bijna zo op de grond.
Waarom in de winter dieper? Omdat het nog gaat vriezen. Uien kunnen prima tegen vorst, maar hoe verder een uitje boven de grond uitsteekt, hoe groter de kans dat het toch bevriest. Iets dieper planten en straks een laag mulch erover beschermt ze mooi.
Het formaat van het plantuitje zegt trouwens weinig over de uiteindelijke bol. Uit een piepklein uitje kan een prachtige grote ui groeien, en een fors plantuitje blijft soms klein. Als het uitje maar stevig en gezond is, komt het goed.
Te veel uitjes? Zet ze dichter
In een zakje zitten vaak veel uitjes, en soms koop je er per ongeluk te veel. Gooi ze niet weg: zet ze dan op de helft van de plantafstand, zo'n 5 cm uit elkaar. In het voorjaar kijk je welke goed groeien, en trek je de tussenliggende eruit als bosui. Het loof en het kleine bolletje kun je zo opeten, en de rest groeit door tot mooie grote uien. Zo heb je een vervroegde oogst en gebruik je je bed nuttiger, precies wanneer je wintervoorraad ui misschien al op is.

Verzorging na het poten
In het najaar hoef je nauwelijks iets te doen. Water geven is niet nodig: de uitjes hebben genoeg vocht in zich, en zodra het regent beginnen ze vanzelf te wortelen. Leg wel een laagje mulch over het bed tegen de vorst en het onkruid. Groeit het loof hard en hoog en komt er strenge vorst aan, leg dan tijdens koude nachten een vliesdoek over de planten.
In het voorjaar kun je wat extra kalium geven om de bolvorming te ondersteunen. En heb je vaker last van de uienvlieg (of preimineervlieg), span dan vroeg in het voorjaar, ergens half februari tot maart, een gaas over het bed. Kies wel een gaas met een hele fijne maaswijdte, onder de millimeter, want die vliegjes zijn heel klein. Zo houd je de plaagdieren buiten en groeien je uien rustig door.
Wanneer en hoe oogst je uien?
Het fijne van uien is dat ze nooit echt rijp hoeven te worden: ze zijn eigenlijk altijd eetbaar. Wil je vroeg in het seizoen al een ui, trek dan gewoon een wat kleinere uit de grond. Voor een goede, bewaarbare oogst wacht je tot juli of augustus. De vuistregel is dezelfde als bij knoflook: is tweederde van het loof geel, dan groeit de bol niet meer en kun je oogsten.
De meeste groei zit in mei en juni, als het lekker warm is. In die eindspurt heeft de ui vocht nodig om een grote bol te vormen, dus is het dan erg droog, geef dan wat extra water. Maar stop op tijd.
Stop met water rond juli: geef je vlak voor de oogst nog veel water, dan zit de bol vol vocht. Van buiten droogt hij dan snel op een warme dag, maar van binnen blijft het nat, en dan kan de ui tijdens het bewaren alsnog van binnen gaan rotten. Wat drogere uien oogsten bewaart veel beter.
Uien drogen en bewaren
Na de oogst laat je de uien eerst drogen. Leg ze luchtig en verspreid in een kratje, uit de directe zon (die kan de smaak verminderen), met een leeg kratje eronder zodat er ook van onderen lucht bij kan. Wij zetten de kratjes zo in de kas, waar de lucht mooi circuleert. Na 10 tot 14 dagen zijn ze goed droog: het loof is uitgedroogd en de bol is wat ingedroogd.
Daarna kun je ze op twee manieren bewaren. De eerste: pak het loof vast en draai de bol een paar keer rond, zodat het loof eraf draait en het topje mooi dichtdraait. Door dat dichtgedraaide topje komt er geen vocht, geen bacterie en geen schimmel meer naar binnen, en blijft de ui langer goed. Leg ze daarna droog, koel en donker in een kratje.
De tweede manier is vlechten, precies zoals bij knoflook. Je begint met drie bollen, legt er telkens een dwars overheen, naar achteren en dan naar voren, en zo werk je door. Uit de vlecht knip je van onderaf gewoon een ui los wanneer je er een nodig hebt.
Veelgestelde vragen
In het najaar (ongeveer eind september tot half november) of in het voorjaar. Najaarsuitjes zet je iets dieper tegen de vorst.
Houd 10 tot 15 cm afstand in de rij en 20 tot 25 cm tussen de rijen. In het najaar steekt alleen het puntje boven de grond, in het voorjaar plant je ondieper.
Plantuitjes zijn veruit het makkelijkst. Uit zaad is een tweejarige teelt, want je kweekt eerst zelf plantuitjes op.
In juli of augustus, wanneer ongeveer tweederde van het loof geel is. Uien zijn altijd eetbaar, dus een kleintje kun je eerder al oogsten.
Droog ze eerst 10 tot 14 dagen luchtig en uit de zon. Draai daarna het loof eraf of vlecht ze, en bewaar ze droog, koel en donker.
Span vroeg in het voorjaar een fijnmazig gaas (maaswijdte onder een millimeter) over het bed, zodat de vlieg er niet bij kan.


