Jonge citrusplanten verzorg je in Nederland het best in een pot, zodat je ze vorstvrij kunt overwinteren en rustig kunt laten uitgroeien tot ze stevig genoeg zijn. Citrusplanten zijn nog gevoelig voor vorst als ze jong zijn. Door dunne takjes zijn ze gevoeliger dan wanneer ze wat groter en robuuster zijn. Kies een plant op een onderstam die tegen ons klimaat kan, geef hem in de winter een koele en lichte plek, en bouw hem in een paar jaar op in de pot. Dan heb je er lang plezier van.
- Houd jonge citrus het eerste jaar/de eerste jaren in een pot, zo kun je hem makkelijk verplaatsen en beschermen.
- Overwinter vorstvrij, koel en licht: zo'n 5 tot 10 graden is voor de meeste citrus ideaal. Hier staan ze vaak in de kas en bij strenge vorst haal ik ze een nachtje naar binnen.
- De onderstam telt: poncirus (Citrus trifoliata) maakt een plant beter bestand tegen ons klimaat.
- Geef in het groeiseizoen citrusvoeding en veel licht.
Hoe overwinter je jonge citrusplanten?
Overwinteren is de belangrijkste stap, want daar gaat het bij citrus in Nederland meestal mis. Zet de plant vorstvrij, maar vooral koel en licht: een onverwarmde kas/serre, een koele, lichte slaapkamer, een lichte garage. De meeste citrus zit lekker rond de 5 tot 10 graden. Een warme kamer met de verwarming aan is juist ongunstig. Door de warmte wil de plant blijven groeien maar er is onvoldoende licht in Nederland voor de plant en zo raakt de plant gestrest. Als je de plant al warmer dan 10ºC wilt laten overwinteren zal je een groeilamp boven de plant moeten hangen. Maar het best gaat de plant gewoon in rust, want dat zal het klimaat van buiten het best nabootsen en uiteindelijk wil je de plant uitplanten. Geef in die rustperiode veel minder water, laat de pot tussendoor iets opdrogen en stop met bemesten buiten het groeiseizoen. Houd de plant in de gaten op luizen, schildluis en spint, die duiken binnen sneller op. Jonge planten zijn gevoeliger dan oude, dus geef ze de eerste winters wat extra aandacht.
Citrus opkweken in pot: van jong plantje tot stevige boom
Een jonge citrus is nog niet klaar om vast in de volle grond te staan, dus kweek hem in een pot op. Verpot om het jaar of om de twee jaar naar een iets grotere pot met luchtige, goed doorlatende grond; citrus houdt van een licht zure, nooit natte bodem. Geef van het voorjaar tot in de nazomer citrusvoeding en zet de plant op de zonnigste plek die je hebt. Stop op tijd met voeding geven, anders maakt de plant nog veel kleine takjes die gevoeliger zijn voor vorst. Overwinter de plant koel en hij mag pas naar buiten als de nachtvorst echt voorbij is. Heeft de plant binnen gestaan, laat hem dan wennen aan de buitenlucht en zon voordat je hem dagen in de volle zon zet. Zo bouw je in een paar jaar een stevige plant op. Geduld hoort erbij: citrus groeit rustig, maar beloont je daarna jarenlang.
De juiste onderstam voor het Nederlandse klimaat
Bijna alle citrus is geënt, en juist bij ons klimaat maakt de onderstam een groot verschil. De meest gebruikte is poncirus, ook wel Citrus trifoliata of de wilde citroen genoemd. Die onderstam is van zichzelf goed bestand tegen kou, verdraagt zwaardere en vochtiger grond en houdt de plant compact, precies wat we nodig hebben in ons klimaat. Er bestaat ook een dwergvorm, Flying Dragon, die de plant extra klein houdt waardoor hij beter geschikt is voor in pot. Een plant op poncirus is dus beter winterhard, maar dat betekent niet dat hij onverwoestbaar is. Jonge planten zijn gevoeliger voor vorst en daarom bescherm je jonge planten de eerste winters tot ze voldoende groot zijn. De meeste van onze citrusplanten staan op poncirus (PT). Een uitzondering is de vegetatief vermeerderde yuzu, die op eigen wortel groeit; yuzu is van zichzelf al een van de hardere soorten. Wil je meer weten over hoe zo'n onderstam precies werkt, lees dan wat is een onderstam en hoe bepaalt die de groei.
Uitlopers onder de entplaats. Zoals je in de blog over onderstammen kunt lezen is een geënte plant een variëteit die op een onderstam gezet is. De onderstam heeft eigenschappen die passen bij je bodem, omgeving en gewenste groeikracht en de variëteit levert de lekkere/grote/kwalitatief goede vruchten. Je wilt dus niet dat die onderstam takken gaat groeien, want daar komt niet dezelfde vrucht aan. Let dus op de scheuten die soms onder de entplaats vandaan komen: die horen bij de onderstam en niet bij je citrusras, dus knip ze weg zodat de plant zijn kracht in het goede deel steekt. Bij citrus is dat heel makkelijk te zien, want het blad van de Poncirus trifoliata (de onderstam) ziet er vaak heel anders uit dan het blad van de variëteiten.
Welke citrus lukt in Nederland?
Begin met de winterhardere soorten, dan maak je het jezelf een stuk makkelijker. Bij ons draait het daarom om citrus die tegen ons klimaat kan en die we uiteindelijk buiten tegen bijvoorbeeld een warme zuidgevel kunnen planten. De yuzu is een Japanse citrus met een heerlijk geurige schil en een van de hardste die er zijn; daarvan bestaat ook de selectie Tada Nishiki, met nauwelijks pitten en veel sap, ideaal voor ponzu en om zelf te verwerken. De satsuma-mandarijn Miyagawa is een vroege, sappige mandarijn die makkelijk te pellen is en weinig tot geen pit heeft. De US-119 is een bijzondere, winterharde hybride met oranje vruchten en een verrassend tropisch aroma. Wil je liever iets om marmelade van te maken, dan is de wilde citroen 'Bitter Orange' een taaie keuze.
Veelgestelde vragen
Jonge planten zijn altijd gevoeliger. Wij beschermen ze de eerste jaren door ze in de kas/serre te zetten en bij strenge vorst halen we ze tijdelijk naar binnen. Binnen betekent vorstvrij, maar wel met voldoende licht.
In de kas laten wij de citrus in het najaar gewoon wennen aan de temperaturen van buiten. Wil je de plant voor de winter naar binnen halen, zorg er dan voor dat het temperatuurverschil niet te groot is. Voor de meeste citrus is zo'n 5 tot 10 graden ideaal: koel genoeg om te rusten, maar vorstvrij. Belangrijk is dat de plek licht is, bij twijfel kan je ook nog een groeilamp gebruiken. Let bij het naar binnen verplaatsen van je citrus op de temperaturen. Je wilt dat de verandering zo klein mogelijk is. Dus liever niet van 7ºC buiten naar 20ºC in de woonkamer, maar van 12ºC buiten naar een koele bijkeuken van 10ºC, of van 18ºC buiten naar 20ºC binnen. Zo is de schok voor de plant het minst groot.
Als het blad heel snel achter elkaar valt is het stress. Vaak wordt dit veroorzaakt door grote en snelle temperatuurverschillen. De plant kan dan in een paar dagen al zijn blad laten vallen. Je voorkomt dit uiteraard liever, maar als het gebeurt maakt de plant vanzelf weer nieuw blad aan. Laat de plant langzaam bladeren vallen, dan komt dit meestal door te warm en te donker overwinteren, of door natte wortels. Zet de plant koeler en lichter en controleer de potgrond op vocht, dan herstelt hij vaak vanzelf.
De winterhardere soorten zoals yuzu, de satsuma-mandarijn Miyagawa en de wilde citroen 'Bitter Orange'. Die verdragen meer kou dan zoete sinaasappel of citroen en doen het goed als kuipplant.



