Bijna al het kleinfruit kan in een pot: aalbes, kruisbes, jostabes, blauwe bes, honingbes en framboos doen het in een ruime pot net zo goed als in de volle grond. Ook een vijg, een kweepeer, een szechuanpeper en een appel op de zwakke onderstam M26 kunnen prima op het terras. De voorwaarden zijn steeds dezelfde: een pot van minstens 30 tot 40 liter, luchtige grond die vocht vasthoudt, en water in droge periodes.
Welke planten kunnen in een pot? Die vraag krijgen we bijna dagelijks, van mensen met een balkon, een klein stadstuintje of een terras waar niets de grond in kan. We hebben ons hele plantenassortiment daarom een keer langsgelopen en opgeschreven wat in een pot lukt en wat niet. Hieronder vind je de lijst, met per soort de potmaat die je nodig hebt en waar je op moet letten.
- Bessenstruiken, frambozen en het meeste kleinfruit kunnen in een pot van 30 tot 40 liter.
- Bramen, taybes, Japanse wijnbes en zwarte framboos kunnen ook, maar dan met een steun of leiwerk erbij.
- Van de fruitbomen kan alleen de appel op onderstam M26. Halfstam en hoogstam horen in de volle grond.
- Een pot droogt veel sneller uit dan tuingrond. In een warme zomer is dagelijks water geven normaal.
- Blauwe bessen willen zure grond, en die geef je in een pot makkelijker dan in de meeste Nederlandse tuinen.
Welke planten kunnen in een pot? De hele lijst
We hebben de soorten gegroepeerd naar hoe ze groeien, want dat bepaalt de potmaat en het onderhoud. De liters die erbij staan zijn een ondergrens: groter mag altijd, en scheelt je water geven. Een pot van 40 liter is ongeveer 40 centimeter breed en 40 centimeter diep.
Bessenstruiken in pot
Dit is de makkelijkste groep. Bessenstruiken hebben een vlak, ondiep wortelstelsel en hoeven niet diep de grond in, waardoor ze zich in een pot prima thuisvoelen. Reken op 30 tot 40 liter per struik.
- Aalbes: rode, roze en witte bes (Ribes rubrum): dit is allemaal dezelfde soort. Aalbes is de verzamelnaam, en alleen de kleur van de bes verschilt. Roze en witte aalbessen zijn milder en zoeter dan rode. Te vinden bij de bessenstruiken.
- Zwarte bes (Ribes nigrum): draagt aan het hout van vorig jaar, dus snoei elk jaar een paar oude takken helemaal weg.
- Kruisbes (Ribes uva-crispa): doet het goed in halfschaduw, wat handig is op een balkon dat niet de hele dag zon krijgt. Zie kruisbes en jostabes.
- Jostabes (Ribes × nidigrolaria): kruising van zwarte bes en kruisbes, zonder doorns. Wordt wat groter, geef hem 40 liter.
- Worcesterbes (Ribes divaricatum): kleine, donkere bessen met een smaak tussen bosbes en kruisbes in.
- Blauwe bes (Vaccinium corymbosum): de enige in deze lijst die echt zure grond nodig heeft, pH 4 tot 5. Juist daarom is een pot ideaal: je bepaalt zelf de grond. Bekijk de blauwe bessen.
- Honingbes (Lonicera caerulea): blijft rond de anderhalve meter en is daarmee een van de beste potplanten die we hebben. Levert in mei al bessen, nog voor de aardbeien. Zie de honingbessen.
- Appelbes (Aronia melanocarpa, Aronia arbutifolia, Aronia × prunifolia): weinig onderhoud, mooie herfstkleur, bessen om te verwerken tot sap of jam. Zie krent en appelbes.
- Krent (Amelanchier alnifolia, Amelanchier canadensis): wordt de grootste van deze groep. Geef hem 40 tot 50 liter, dan blijft hij vanzelf compacter dan in de volle grond.
Frambozen en rankende bessen in pot
Frambozen maken elk jaar nieuwe scheuten vanuit de wortel, en dat werkt in een pot beter dan je zou denken. De potrand houdt de uitlopers namelijk keurig binnen de perken, iets waar mensen in de volle grond juist mee worstelen.
- Framboos (Rubus idaeus): 30 tot 40 liter per plant. Een herfstframboos is voor de pot het makkelijkst, want die snoei je elk voorjaar gewoon helemaal tot de grond terug. Bekijk de frambozen.
- Aardbeiframboos (Rubus illecebrosus): blijft laag, zo'n 30 centimeter, en maakt uitlopers. Precies daarom is een pot van 10 tot 20 liter zo'n goede plek voor hem.
- Dormanbes (Rubus): een framboostype dat vroeg draagt. 30 tot 40 liter.
Welke planten kunnen in een pot met steun?
Deze groep kan ook op het terras, maar de ranken worden meters lang en gaan hangen als je ze hun gang laat gaan. Zet een driepoot, een obelisk of een paar draden tegen de muur achter de pot, en leid de ranken daarlangs. Reken op 40 tot 50 liter, want deze planten hebben meer wortelvolume nodig dan een bessenstruik.
- Braam (Rubus fruticosus): kies een doornloze soort, dat scheelt op een klein terras enorm. Zie de bramen en kruisingen.
- Taybes (Rubus): kruising van braam en framboos, met lange zachte vruchten en weinig doorns.
- Japanse wijnbes (Rubus phoenicolasius): sierlijke rode haartjes op de stengels en kleine, glanzende vruchten. Ook in de winter mooi.
- Zwarte framboos (Rubus idaeus): de ranken buigen om en wortelen waar ze de grond raken. In een pot heb je dat zo onder controle.
Bijzondere soorten die in een pot kunnen
Een aantal van onze bijzondere eetbare planten doet het opvallend goed in een pot. Bij sommige is dat zelfs een voordeel: je kunt ze in de winter verplaatsen naar een beschutte plek.
- Vijg (Ficus carica): 40 tot 50 liter. Een vijg vindt beperkte wortelruimte prettig, want dat zet hem aan tot vruchtzetting in plaats van bladgroei. Vijgen in pot zijn een klassieker om die reden. Zie de bijzondere fruitbomen.
- Szechuanpeper (Zanthoxylum simulans): 30 tot 40 liter. De schilletjes van de bes gebruik je als specerij. Let op de doorns bij het plaatsen. Zie bijzonder eetbaar.
- Chileense guave (Ugni molinae): 20 tot 30 liter. Blijft klein en compact. Wel eerlijk zijn: hij is maar half winterhard, dus zet de pot bij strenge vorst tegen de muur of in een koude kas.
- Japanse limoen of yuzu (C. ichangensis × C. reticulata): 40 tot 50 liter. De winterhardste citrus die er is, maar bij aanhoudende vorst wil je hem beschut hebben. In een pot kan dat, in de volle grond niet.
- Dwergkwee of Noordse citroen (Chaenomeles japonica): 20 tot 30 liter. Blijft rond de meter, bloeit vroeg oranjerood en geeft harde, geurige vruchtjes voor gelei. Zie de kwee.
- Kweepeer (Cydonia oblonga): 50 tot 60 liter, want dit wordt een boompje. In een pot blijft hij een stuk kleiner dan de vier meter die hij in de tuin haalt. Zie kweepeer en mispel.
- Gele kornoelje (Cornus mas): 40 tot 50 liter. Bloeit al in februari geel, nog voor het blad, en is dan een van de eerste voedselbronnen voor bijen. Zie de kornoelje.
- Chinese kornoelje (Cornus kousa chinensis): 40 tot 50 liter. Grote witte schijnbloemen in juni en aardbeiachtige vruchten in de nazomer.
Kan een fruitboom in een pot?
Ja, maar alleen als hij op een zwakke onderstam staat. De onderstam bepaalt hoe hard een fruitboom groeit, en daarmee of hij het in een pot volhoudt. Van ons assortiment is de appel op onderstam M26 de enige die we met een gerust hart voor de pot aanraden. M26 remt de groei zo ver af dat de boom rond de twee en een halve meter blijft en al na twee tot drie jaar draagt. Geef hem minstens 50 tot 60 liter en een stevige stok, want de wortels van een M26 zijn niet sterk genoeg om een volle kroon alleen overeind te houden.
Deze appelrassen hebben wij op M26 staan: Apistar, Baya Marisa, Gloster, Oogstappel, Red Love, Red Love 'Odysso' en Rode van Boskoop. Je vindt ze bij de appelbomen. Houd er rekening mee dat de meeste appels een bestuiver nodig hebben, dus twee bomen of een appelboom bij de buren. Hoe dat zit lees je in zelfbestuivend of kruisbestuivend fruit. Wil je eerst snappen wat een onderstam precies doet, lees dan wat is een onderstam.
En de vlinderstruik?
De vlinderstruik (Buddleja davidii) staat in ons assortiment tussen de eetbare planten, terwijl hij zelf niet eetbaar is. Hij staat er om een andere reden: hij trekt vlinders en bijen aan, en die heb je nodig om je fruit bestoven te krijgen. Op een balkon waar verder weinig bloeit, kan zo'n struik het verschil maken voor je oogst. Hij kan in 30 tot 40 liter en je snoeit hem elk voorjaar terug tot een stuk of drie knoppen, anders wordt hij van onderen kaal.
Hoe groot moet de pot zijn?
De potmaat is het belangrijkste dat je goed moet doen, want alle andere problemen komen daaruit voort. Te klein betekent dat de grond binnen een paar uur uitdroogt, de wortels rondgaan draaien en de plant na twee jaar stilstaat. Een grove richtlijn:
- Lage soorten zoals aardbeiframboos en dwergkwee: 10 tot 30 liter.
- Bessenstruiken en frambozen: 30 tot 40 liter.
- Grotere struiken, bramen, vijg, kornoelje en krent: 40 tot 50 liter.
- Appel op M26 en kweepeer: 50 tot 60 liter of meer.
Kies liever breed dan hoog, want het meeste wortelwerk gebeurt in de bovenste 40 centimeter. Terracotta is mooi maar droogt snel uit en kan bij vorst barsten. Een dikwandige kunststof of houten bak houdt vocht en warmte beter vast. Gaten in de bodem zijn niet optioneel: zonder afvoer verzuipen de wortels in de eerste natte week.
Welke grond gebruik je in een pot?
Gebruik geen kale potgrond. Die is te licht, klinkt in en is na een jaar uitgeput. Meng ongeveer twee delen goede tuinaarde of veenvrije potgrond met een deel compost en een handvol grof materiaal zoals lavakorrels of grof zand voor de drainage. Voor blauwe bessen geldt een uitzondering: die willen zure grond, dus gebruik veenvrije ericaceeëngrond of rododendrongrond en geef ze bij voorkeur regenwater, omdat leidingwater de grond langzaam ontzuurt.
Meng bij het planten een portie organische mest of gedroogde koemest door de grond en geef daarna elk voorjaar een nieuwe gift. Een plant in een pot kan zijn voeding nergens anders vandaan halen dan van jou.
Hoe vaak moet je water geven?
Vaker dan je denkt. Een pot in de volle zon droogt op een warme zomerdag helemaal uit, ook als het de vorige dag geregend heeft, omdat het bladerdak het water van de pot afhoudt. Steek je vinger een paar centimeter de grond in: voelt het daar droog, dan geef je water, en dan flink, tot het er onderuit loopt. Beter een keer goed dan elke dag een scheutje.
Een laagje mulch bovenop, bijvoorbeeld houtsnippers of compost, scheelt echt in de verdamping. Ga je een week weg in de zomer, zet de potten dan bij elkaar in de schaduw en vul een schotel eronder, of vraag iemand langs te komen.
Hoe overwinteren planten in een pot?
De wortels zijn in een pot kwetsbaarder dan in de grond, want de kluit kan van alle kanten bevriezen. Bij de winterharde soorten uit deze lijst is dat zelden een probleem, maar een beetje hulp helpt:
- Zet de potten in de winter dicht bij elkaar tegen een muur, uit de wind.
- Wikkel de pot in jute, noppenfolie of bubbeltjesplastic. De pot inpakken, niet de plant.
- Zet de pot op pootjes of een paar tegels, zodat hij niet in het water staat.
- Haal winterharde soorten niet naar binnen. Ze hebben een koudeperiode nodig om in het voorjaar weer goed uit te lopen.
- Chileense guave en yuzu zijn de uitzondering: die zet je bij strenge vorst in een koude kas, garage of serre, op een lichte plek net boven het vriespunt.
Wanneer verpot je?
Elke twee tot drie jaar, in het late najaar of vroege voorjaar als de plant in rust is. Haal de plant uit de pot, snijd de buitenste centimeters wortels rondom weg met een scherp mes, en zet hem terug in verse grond. Dat klinkt hardhandig, maar het is precies wat de plant opnieuw aan het groeien zet. Wil je niet verpotten, vervang dan in elk geval elk voorjaar de bovenste vijf centimeter grond door verse compost.
Welke planten kun je beter niet in een pot zetten?
Eerlijk is eerlijk: niet alles wat wij verkopen kan in een pot. Deze drie groepen zou je beter overslaan:
- Half- en hoogstam fruitbomen: die worden vier tot twaalf meter en hebben een wortelstelsel dat daarbij past. In een pot blijven ze kwakkelen.
- Notenbomen zoals walnoot, tamme kastanje en pecannoot: dit zijn bomen van tien tot twintig meter met een diepe penwortel. Die hoort de grond in.
- Hagen en landschapsplanten die je juist plant om een rij te vormen. Kan technisch wel, maar je haalt er niet uit wat je zoekt.
Staat een soort hierboven niet in de lijst en twijfel je? Stuur ons even een bericht, dan kijken we mee. Meestal komt het antwoord neer op: hoe groot wordt hij, en hoe diep wortelt hij.
Veelgestelde vragen
Bessenstruiken zoals aalbes, kruisbes, jostabes en honingbes zijn de makkelijkste. Ze hebben een ondiep wortelstelsel, blijven rond de anderhalve meter en geven jaar na jaar bessen in een pot van 30 tot 40 liter.
Minimaal 30 tot 40 liter, oftewel ongeveer 40 centimeter breed en 40 centimeter diep. Groter mag altijd en scheelt je water geven. Kies liever een brede dan een hoge pot, want het meeste wortelwerk gebeurt in de bovenste laag.
Alleen op een zwakke onderstam. Een appel op M26 blijft rond de twee en een halve meter en kan in een pot van 50 tot 60 liter met een stevige stok erbij. Half- en hoogstammen zijn te groot en horen in de volle grond.
Ja, en in een pot lukt het vaak zelfs beter dan in de tuin. Blauwe bessen willen zure grond met een pH van 4 tot 5, en in een pot bepaal je die zelf met veenvrije ericaceeëngrond. Geef bij voorkeur regenwater.
Ja. Frambozen kunnen zonder meer in 30 tot 40 liter, en de potrand houdt de uitlopers netjes binnen. Bramen, taybes, Japanse wijnbes en zwarte framboos kunnen ook, maar hebben 40 tot 50 liter en een steun of leiwerk nodig.
In de zomer vaak dagelijks. Steek je vinger een paar centimeter in de grond: voelt het droog, dan geef je flink water tot het er onderuit loopt. Een laagje mulch bovenop scheelt duidelijk in de verdamping.
Winterharde soorten niet, die hebben juist een koudeperiode nodig. Zet de potten uit de wind tegen een muur en wikkel de pot in jute of noppenfolie. Alleen half winterharde soorten als Chileense guave en yuzu zet je bij strenge vorst vorstvrij en licht weg.
Elke twee tot drie jaar, in het late najaar of vroege voorjaar. Snijd de buitenste centimeters wortels rondom weg en zet de plant terug in verse grond. Verpot je niet, vervang dan elk voorjaar de bovenste vijf centimeter grond door compost.














